Schrijven voor beelddenkers

Schrijven voor beelddenkers

Laatst hoorde ik over beelddenken. Nieuw voor mij, maar direct herkenbaar. Ik deel het leven met een beelddenker: mijn vrouw. Ook zelf herken ik elementen en volgens de zelftest (verderop een link) hang ik er een beetje tussenin. De woorddenker in mij vraagt zich af… Hoe schrijf je voor beelddenkers?

Wat is dat dan, beelddenken?

Beelddenkers nemen informatie op een visuele manier tot zich. In hun gedachtes spelen beelden, gebeurtenissen en scenes de hoofdrol.

Een schoolvoorbeeld. Als een leerkracht het woord ‘boom’ op het bord schrijft, zijn de woorddenkers bezig met de klank en de letters. De beelddenkers zien een specifieke boom voor zich, bijvoorbeeld de boom thuis in de achtertuin. Ze lopen er omheen, klimmen er in en ontdekken wellicht een vogelnestje. Het beeld van deze boom – inclusief vogeltje – associeren ze met een plaatje van het woord.

Als deze beelddenkers vervolgens over een boom willen vertellen, beginnen ze bij het plaatje van de boom – daarna gaan ze op zoek naar het bijbehorende woord. Deze vertaalslag van beeld naar woord kost tijd. Verder kan het voor afleiding zorgen; want hoe gaat het eigenlijk met dat schattige vogeltje?

Ter vergelijking: woorddenkers denken in woorden en begrippen. Ze gebruiken het woord zonder dat ze daar een specifiek beeld bij hoeven te vormen.

Hoeveel beelddenkers zijn er?

Volgens Stichting Beelddenken zitten in een gemiddelde basisschoolklas twee beelddenkers. Volgens Jaap Murre, professor neuropsychologie aan de UvA, hebben zes van de tien mensen een sterke voorkeur voor visueel denken. Het behoorlijke verschil tussen deze schattingen zegt genoeg, het gaat niet om een exacte wetenschap. Hoe dan ook, genoeg om als schrijver serieus rekening mee te houden.

Schrijven voor beelddenkers

Beelddenkers zijn associatief. Woorden roepen beelden op, tijdens het lezen ontstaat het plaatje. Als schrijver wil je dit proces in de goede richting leiden. Dat lukt het best door eerst de context duidelijk te maken.

Niet zo: We hebben giraffes en olifanten gezien op safari in Zuid-Afrika. Deze constructie kan leiden tot verwarring, omdat het eerste deel van de zin het beeld van een dierentuin kan oproepen.

Maar zo: Op safari in Zuid-Afrika hebben we giraffes en olifanten gezien. Eerst de context, dan de details.

Op zinsniveau valt het allemaal nog te overzien, de verwarring is van korte duur. Bij langere verhalen wordt het lastiger.

Als je een lange tekst schrijft, kun je beelddenkers helpen door te beginnen met een bondige samenvatting. Zorg dat lezers weten waar je verhaal heengaat. Hiermee zorg je voor een kapstok waar de alinea’s aan kunnen hangen.

Ben jij een beelddenker? 

 

Bron illustratie: x-sie.nl, beelddenken en de basisschool