
Broodkruimels & Vriendschap is het eerste verhaal dat ik heb geschreven (in 1999). Ik bedacht het plot onderweg naar huis na een saaie schooldag. Dezelfde avond nog stuurde ik het verhaal naar de eerste literaire redactie die ik kon vinden (met AltaVista, zo ging dat in die tijd). Literair tijdschrift LAVA publiceerde het verhaal. Kamagurka kon er ook wel om lachen, hij mailde me een passende tekening.
Broodkruimels & Vriendschap
Ik ben weer alleen... Niet helemaal alleen, ik heb een eendje. Nou ja, ik heb hem eigenlijk niet, maar als ik naar het park ga, met broodkruimels, zou je zweren dat hij me herkent. Ik noem hem Peking.
Ik had ook een vriend, daar had ik het best druk mee. Hij kwam elke dag met me praten en als ik wilde gingen we naar het park. Dan zaten we op een bankje en dan zei ik "Daar heb je Peking weer."
"Ja." Zei hij dan "Daar heb je Peking inderdaad weer."
En dan zei ik bijvoorbeeld "Wat waggelt hij schattig hè?"
En dan zei hij bijvoorbeeld "Ja, verschrikkelijk schattig."
Enzovoorts.
Dat is best leuk, zo'n vriend die zo dagelijks langskomt en dat we dan gezellig wat gaan doen. Hij heet trouwens Boy, wat ik een vreemde naam vind want dat betekent gewoon jongen maar dan in het Engels.
Ik zat 's middags televisie te kijken en toen hadden ze het over mensen die vaak eenzaam zijn. Die konden dan opbellen naar een stichting en dan zorgde die stichting dat er een vriend langs kwam. Ik heb meteen gebeld en toen kwam Boy dus de volgende dag langs.
Ik zei "Hoi, ik ben Joep."
Hij zei "Ik ben Boy."
Ik zei "Dat is een vreemde naam, dat is gewoon jongen maar dan in het engels."
Hij zei "Ja het is wel een beetje gek, maar ik kan er ook niets aan doen."
Enzovoorts.
Het was best een mooie vriendschap zo. Jammer alleen dat Boy nooit wat uit zichzelf zei. Eerst moest ik iets zeggen en dan zei hij hetzelfde maar dan een beetje erger. Dan zei ik dus bijvoorbeeld "Lekker weer hè?"
En dan zei hij dus bijvoorbeeld "Ja, verschrikkelijk lekker."
Enzovoorts.
Helaas is het stukgelopen, Boy komt niet meer. Hij is er achter gekomen dat ik helemaal geen AIDS heb. Je moest namelijk een ziekte hebben om via die stichting een vriend langs te laten komen. Die ziekte heet AIDS en om het te krijgen moet je eerst HIV hebben, maar dat heb ik dus niet, en nou wil Boy niet meer komen. Die wil alleen vriend zijn van iemand die HIV of AIDS heeft. Ik heb vandaag nog gebeld en gezegd dat ik verkouden ben geworden, maar toen gooide hij de hoorn erop.
Ik ben verkouden geworden omdat ik de hele ochtend in de regen naar Peking heb gezocht. Ik riep hem steeds maar hij kwam maar niet tevoorschijn. Ik dacht dat hij misschien weggetrokken was, want het zijn natuurlijk trekvogels, die eenden.
Gelukkig zag ik hem vanmiddag weer, toen ik mijn broodkruimels bij me had. Dat was een hele opluchting. Peking waggelde weer snel naar me toe.
Peking zei "Kwak."
Ik zei "Hoi Peking, ben je er weer?"
Peking zei "Kwak."
Enzovoorts.
Nieuwe reactie inzenden